Terug naar nieuws

Taal die uitnodigt

Taal beïnvloedt hoe mensen zich gezien en gewaardeerd voelen op de arbeidsmarkt. Daarom kiest Sociaal Werkkoepel Amsterdam, net als Cedris, bewust voor woorden die ruimte geven en mensen uitnodigen in plaats van buitensluiten.

Deel op social media

In een stad als Amsterdam, waar mensen met uiteenlopende achtergronden samenleven en -werken, is taal nooit neutraal. Woorden dragen waarden, signaleren verwachtingen en scheppen ruimte, of juist grenzen. Voor Sociaal Werkkoepel Amsterdam is inclusief taalgebruik daarom een bewuste keuze: taal kan mensen welkom heten, of ze buiten sluiten.

Taal stuurt gedrag

Tijdens een ontmoeting in Nieuw-West vertelde een werkgever dat ze pas door een kandidaat met een visuele beperking begreep hoe anders een vacaturetekst overkwam dan werd bedoeld. “Er stond: ‘je hebt een scherp oog voor detail’,” zei de kandidaat. “Dus dacht ik: dat gaat niet over mij.” Wat voor de één een onschuldige metafoor is, is voor de ander een reden om af te haken.

Een andere keer, in gesprek met een werkzoekende met hersenletsel, viel het woord arbeidsbeperking. Hij fronste. “Ik wil niet dat mensen meteen denken wat ik allemaal niet kan. Vraag me liever wat ik wél nodig heb om mijn werk goed te doen.” Zijn voorkeur? “Ondersteuningsbehoefte klinkt veel neutraler. Dat gaat over samenwerking.”

Deze voorbeelden maken duidelijk: taal doet iets met mensen. Het beïnvloedt hoe iemand zichzelf ziet en hoe anderen naar diegene kijken.

De termen volgens Cedris

Cedris, de vereniging voor een inclusieve arbeidsmarkt, heeft enkele veelgebruikte termen kritisch bekeken en alternatieven voorgesteld. Niet om te corrigeren, maar om samen te zoeken naar woorden die beter recht doen aan de bedoeling én aan de mens achter het woord:

  • “Laagopgeleid” kan beter vervangen worden door praktijkgericht opgeleid of iemand met een mbo-achtergrond. Het huidige woord suggereert minder waarde, terwijl dat niet klopt met de werkelijkheid.
  • In plaats van “hoogopgeleid” kun je spreken van theoretisch opgeleid, waarmee je neutraler verwijst naar het type opleiding zonder waardeoordeel.
  • “Kwetsbare doelgroep” kun je beter omschrijven als mensen die (tijdelijk) ondersteuning nodig hebben om passend werk te vinden. Dat legt de nadruk op het proces, niet op een tekort.
  • “Afstand tot de arbeidsmarkt” kan vervangen worden door een actievere omschrijving, zoals mensen voor wie werk nog niet vanzelfsprekend bereikbaar is.

Aan deze lijst voegen wij als Sociaal Werkkoepel graag nog één toe:
“Arbeidsbeperking” is een term die vaak wordt gebruikt in beleid en uitvoering, maar ook die zet mensen vast in een kader van beperking. Wij spreken daarom liever over werknemers en werkzoekenden met een ondersteuningsvraag of ondersteuningsbehoefte. Dat maakt ruimte voor gesprek, maatwerk en perspectief.

Taalkeuzes in de praktijk

Inclusief communiceren vraagt geen perfectie, maar wel bewustzijn. Enkele richtlijnen uit onze eigen praktijk:

  • Schrijf zoals je zou spreken tegen iemand die je waardeert. Niet: “De kandidaat heeft een indicatie”, maar: “We kijken samen wat nodig is om prettig te werken en de talenten te benutten.”
  • Laat labels los waar het kan. Iemand is niet zijn diagnose of traject. Zeg niet: “Een Wajonger”, maar: “Iemand met een Wajong-uitkering.”
  • Wees uitnodigend en helder. “We zoeken mensen die willen leren en hun vaardigheden verder willen ontwikkelen” is veel toegankelijker dan het afvinken van een lijstje eigenschappen.

Waarom wij dit ondersteunen

De aanpassingen van Cedris sluiten naadloos aan bij waar wij als Sociaal Werkkoepel voor staan: de mens centraal. Niet als doelgroep, maar als volwaardig onderdeel van de arbeidsmarkt. Daarom dragen wij deze benadering uit, niet alleen in woorden, maar ook in daden.

We passen deze manier van communiceren toe in interviews, (beleids-)notities en bijeenkomsten. We moedigen onze partners aan om hetzelfde te doen en blijven luisteren naar mensen zelf: hoe willen zij genoemd, aangesproken en gezien worden?

Want wie werk wil maken van inclusie, begint bij taal die mensen niet vastzet, maar vooruithelpt. Taal is altijd in beweging; wat gisteren nog vanzelfsprekend leek, kan vandaag alweer anders worden ervaren. We nodigen ons netwerk uit om ons scherp te houden in ons taalgebruik.